Structureel zandverlies werd tot voor kort voornamelijk aangevuld door het opspuiten van zeezand op het strand. Sinds enige jaren krijgt een nieuwe methode, namelijk de onderwatersuppletie, de voorkeur. Het zand wordt dan op de zeebodem vlak voor de kust gelegd, op een diepte van 6 tot 8 meter. Alleen wanneer het strand of de zeereep kampt met ernstige zandtekorten, wordt direct op het strand gesuppleerd.
Jaarlijks stelt Rijkswaterstaat op basis van metingen een onderhoudsprogramma voor de Noordzeekust op. Dit resulteert in een voorstel aan de Provinciaal Overlegorganen Kust (POK's) Hierin zijn per provincie alle belanghebbenden in de kustzone, zoals provincie, Rijkswaterstaat, waterschappen, kustgemeenten en natuurbeherende organisaties vertegenwoordigd. Zij adviseren de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat over het voorstel van Rijkswaterstaat. De staatssecretaris stelt vervolgens het suppletieprogramma vast.
De geplande suppleties hebben een tweejarige uitvoeringstermijn. Het kan dus voorkomen dat de suppleties uit het programma van een bepaald jaar pas het jaar daarna worden uitgevoerd.
Definitief besluit suppletieprogramma 2010 (Staatscourant; pdf 0,5 Mb)
Voor een overzicht van de ontwikkelingen van stranden en duinen en het jaarlijks uitgevoerde beheer zie Feiten en Figuren.